dinsdag 4 februari 2014

Discriminatie op de groente-afdeling

"Laat ons dansen, laat ons drinken
op het jammer-maar-helaas,
Laat de glazen helder klinken
op de prachtige paprika's"

Lelijke groente
In het kader van "we-gaan-weer-iets-gezonder-eten", had ik vorige week in de supermarkt o.a. paprika op mijn lijstje staan. Terwijl ik op de groente-afdeling de paprika's uit het krat één voor één keurde, -een beetje zoals ze bij Lingo weleens door de bak grabbelen en af en toe zo'n bal omhoog houden-, realiseerde ik me dat ik op zoek was naar de mooiste paprika. Én dat dat begrip 'mooiste' niet zozeer te maken had met de meest in het oog springende, maar juist met de paprika die het meest aan mijn idee van een standaard paprika voldoet. Ik was aan het discrimineren.
Het gekke is; daarin was ik duidelijk niet de enige. De paprika's die, door de speurtochten van al mijn voorgangers onderop beland waren, bleken inderdaad de exemplaren met een deukje, uitstulpinkje of minder mooie vorm te zijn. Oh nee, whuuu, we willen met z'n allen geen gekke groente, hoor!

En dat snapt de voedingsindustrie ook.
Thuisgekomen las ik online: "volgens schattingen wordt zo’n 5 tot 10% van alle groente en fruit in Nederland verspild vanwege hun looks". Omdat ze er 'anders' uit zien, dus. Te dik, te dun, te lelijk, te klein, te bobbelig, te krom. Als gelegenheids-idealist nam ik me natuurlijk meteen voor om de volgende keer heldhaftig de gekkies uit de bak te redden. Tot ik me realiseerde: dat zijn dus de paprika's die niet eens in mijn supermarktje áángekomen zijn!

Tweebeenwortels
Gelukkig stuitte ik op KromkommerEen initiatief van drie slimme en betrokken dames. Chantal, Jente en Lisanne komen op voor de kromme komkommers, tweebeenwortels, kronkelcourgettes, tweelingtomaten en hartvormige aardappels...

Dat doen ze op verschillende manieren. Een Guerrilla-actie in een winkelstraat, campagnes op evenementen en beurzen als het World Food Festival, Duurzame Dinsdag, de Horecava en Food for Thought Expositie, maar ook door aan een netwerk van telers, groothandels, horeca en retail te werken, zodat de gekke groenten weer in de schappen en op ons bord kunnen belanden. Daarnaast zijn er de producten; hierbij verwerken ze groenten die anders vanwege hun uiterlijk verspild zouden worden tot jams, chutneys, gazpacho en sauzen.

Crowdfunding
Ik ontdek dat het -in het verlengde daarvan- nu tijd is voor hun volgende stap; een soepenlijn. Drie verschillende groentesoepen, gemaakt van gekke groenten. Hoe? Ze kopen de groente voor een redelijke prijs op en het duurzame merk De Kleinste Soepfabriek gaat de soep maken. "Zo gaan we voedselverspilling tegen en levert het de teler ook nog wat op,’’ vertelt Jente in het Noordhollands Dagblad. Het is de bedoeling dat de potten met eigen etiket in mei of juni in de schappen van de supermarkt staan en online verkocht worden.
Goed idee, maar het ontwikkelen van de soepen, de inkoop van groenten, het draaien van de productie en het maken van etiketten: er is 25.000 euro voor nodig. En dat word op innovatie wijze bij elkaar gesprokkeld, geheel volgens hun visie; samen. Tijdens de Innovation Award Nominatie op de Horecava werd de aftrap gegeven voor het traject van Crowdfunding. Op dit moment zitten ze met 18.555 euro op 74% van hun doel. En er zijn nog 38 dagen te gaan. 

Gekke Groente Supporter
Ik ben natuurlijk gewend aan perfecte groenten. Mooie glanzende paprika's, volle tomaten met prachtige rondingen en lijnrechte  komkommers. Maar dat mag van mij best wel anders. Dus heb ik een kiezeltje bijgedragen. Tof idee. Ik hoop dat ze het halen. Als grote groenten-eter sta ik sowieso niet bekend, maar dankzij mijn donatie, ben ik nu wel officieel 'gekke groente supporter'. Helemaal prima. Kom maar op met die kneusjes. 

Bovendien; omhelzende worteltjes, die zoveel liefde uitstralen, zijn vast véél lekkerder dan de standaard exemplaren...

Ook supporter, vriendje of held worden?
Al vanaf 10,-.  En daarvoor mag je dan ook nog naar het Kromkommer Launch Event komen.

Openingscitaat: lied "Prachtige Paprika's uit de gelijknamige (en geweldige) show van Youp van 't Hek.

vrijdag 24 januari 2014

Kip, patat en appelmoes

Over gruwen en groentepoffertjes. Hotspots voor de kleine gast.

Anti-Culi-Biecht
Toen ik -ahum- jong was, lustte ik geen chinees. Dus als wij dan vroeger bij de chinees gingen eten, bestelde ik tot ik-durf-wel-te-zeggen-mijn-zeventiende ongegeneerd een kindermenu.

Vorige maand was ik bij de ijsbaan op het Museumplein. Kerstliedjes, lichtjes, schaatsen; het was allemaal heerlijk kneuterig en vanzelfsprekend compleet commercieel omkleed met glühwein, warme chocolademelk en... winterkost. Ik kan er niets aan doen; ik hou niet van winterkost. Snert, zuurkool, stamppotten, mij niet gezien. Met dat chinees is het nog goed gekomen, met de Hollandsche pot niet.
Moeilijke eter? Dat is maar hoe je het bekijkt. Ik eet genoeg dingen die veel anderen dan weer niet zo lekker vinden. Mosselen, oesters, geitenkaas, Thais, lever, zwezerik. Maar goed.. niets van dat alles op de menukaart bij die idyllische ijsbaan, natuurlijk. Dus terwijl de rest van mijn gezelschap (inclusief twee kinderen) aan de snert en broodjes worst met zuurkool ging, bestelde ik een kindermenu. "En mag ik dan mayo in plaats van appelmoes?". Topmiddag.
Het is voor u vast niet moeilijk om te raden uit welke ingrediënten mijn 'menu' was samengesteld. De vette snack in de vorm van kroket (ik mocht ook kiezen uit -wauw- frikadel of kipnuggets), met de bekende frietjes en -natuurlijk- appelmoes. Inderdaad: nog precies zoals zestien jaar geleden. En hoewel ik er absoluut geen geheim van maak dol te zijn op een patatje mét, verbaasde het me toch wel even dat dat hele kindermenu zich in al die jaren blijkbaar niet echt op gebieden als gezondheid, originaliteit en creativiteit ontwikkeld heeft. 
                                                                                       
Op de kleintjes letten
En dat is raar. Want achterblijven in het kinderkoken is voor een groot deel van de restaurantbranche op zijn zachts gezegd onhandig...
Ik heb ooit, in een tijd, lang lang geleden (zo lang geleden dat ik nog niet met een dienblad kon lopen) met enorm veel plezier in een barbecue-restaurant gewerkt. Jep: héél véél kinderen. En dáár heb ik (behalve met een dienblad lopen) vooral geleerd: children áre -in fact- the future. Vanuit de ondernemer gezegd: pak je die in, dan heb je de ouders ook.
Op de populaire website Smulpaapje, gericht op de kleine gast, blijkt dat ouders de samenstelling van de kindermaaltijd steeds belangrijker vinden. Ook buiten de deur. Er zijn leuke interviews te lezen over de smaakontwikkeling van kinderen met chefs als Jonnie Boer, Joris Bijdendijk, Hans van Wolde, Ramon Beuk en Erik van Loo. Vertellen over de herkomst van producten, groentjes verstoppen of blancheren en elke keer weer alles laten proeven is het devies. Hmmm, misschien moet ik dan toch nog eens... Bijna allemaal zien ze weinig in het standaard kindermenu en pleiten de chefs voor bijvoorbeeld grote-mensen-gerechten in aangepaste porties. Ron Blaauw merkt terecht op dat de beleving van kinderen tegenwoordig vaak bepaalt waar men gaat eten. Julius Jaspers kijkt daarbij ook vooruit en benadrukt: "de kinderen van nu zijn je betalende gasten van de toekomst. Dus maak lekker eten, dan komen ze terug."

Groentepoffertjes
"Ouders nemen hun kinderen steeds vaker mee uit eten. Restaurateurs kunnen daarom flink profiteren van het opwaarderen van de kindermenu’s" aldus Koninklijke Horeca Nederland in de Telegraaf. 
Logisch dat er tijdens de kookwedstrijden op de Horecava van vorige week naast bijvoorbeeld het lekkerste broodje ook aandacht werd besteed aan het alternatieve kindermenu. Danielle Touwslager, kok bij Cateraar Touch Down op Schiphol, won. Ze bedacht kindermenu 'Happy landing' met kipspareribsgroentepoffertjes met erwtjes, wortels, paprika en boontjes, en een appel-perencompôte met meloenbolletjes. 

Kinderhotspots
Rekening houden met kinderen is slim. En gastvrij. Bij Zilte Zoen in o.a. Bergen en Egmond aan Zee hebben ze een kindermenukaart met heuse kinderborrelhapjes in de vorm van maiswafels met kaas en een dessert van krentenbrood met kaneelijs. Maar je kunt er ook voor een kinderversie vis-van-de-dag kiezen; "zonder graatjes". Bij de 19 vestigingen van Humphrey's kunnen kinderen het 'uiteten gaan' beleven door een heus driegangenmenu mee te eten met carpaccio, kipsalade of tomatensoep vooraf. Flinders Caféin Amsterdam en Groningen, staat bekend als kindvriendelijk. Naast de welbekende burgertjes, zelf samen te stellen pizza en mini-pannenkoekjes, kunnen kinderen hier ook ravioli met ricotta, spinazie en parmezaan, gegrilde courgette en gepofte tomaatjes bestellen. Bij Fifteen hebben ze ook kinderpasta, máár serveren ze, volgens de recensies, voor de kleine gast ook graag miniporties van hun reguliere kaart. Uit eten met een heel-erg-kleintje? Bij Van de Buurt in Amsterdam hebben ze een kaart met gezonde en huisgemaakte babyhapjes, op de menukaart -net als op de potjes- aangegeven per aantal maanden. Zo is er voor de categorie 'vanaf zeven maanden' een bonenschoteltje met rijst, tomaat en rozemarijn of speltpasta met kip, broccoli, roomkaas en basilicum. Jeetje: ik ben -kindermenutechnisch dan- echt op de verkeerde plaatsen geweest.

Kansen dus, voor een groot deel van restaurantbranche. En ik? Ik zal me in het kader van die smaakontwikkeling binnenkort maar weer eens wagen aan het gewoon mee-eten van een stamppotje. Blijven proeven. Bevindingsblog daarover volgt. Beloofd.


woensdag 8 januari 2014

In Trust we trust. Wat kost een idealistisch kopje thee?

"Come as you are
Pay as you feel"

Op de Albert Cuyp zit Trust. Een lunchroom met een menukaart zónder prijzen. Die naam "trust" is een afkorting van "to rely upon source totally' leer ik uit dit filmpje van AT5, maar het staat natuurlijk ook gewoon voor vertrouwen. ''Ons doel is vertrouwen uitdragen. Daarvoor moeten we geld totaal loslaten en erop vertrouwen dat we krijgen wat we nodig hebben om dit te runnen'' zegt mede-eigenaar Hugo Leemhuis in de PS van 20 december, van het Parool.

Mensen die iets met gastvrijheid doen, en daarbij uitgaan van liefde en vertrouwen.. daar moeten we even langs, natuurlijk. 
Als je over de Albert Cuyp loopt, vliegen de productprijzen je om de oren. Marktkooplui scanderen ze zowel meerstemmig als in stereo, en zelfs de neon-gele borden, wapperend aan de luifels van de kramen, schreeuwen je geluidloos toe. Niet alleen op de markt, trouwens. Grappig, hoe wij in ons leven de hele dag aan één stuk door belachelijk veel te maken hebben met vastgestelde bedragen voor echt álles; van de Hááámsterenfolder van de Appie tot elke beslissing over een broodje, broek, bank of bromfiets. Overwegen, beoordelen en afdingen jazeker, maar écht zelf de waarde van een product bepalen, dáár zijn we dus helemaal niet aan gewend. Maar dan... halverwege de markt is daar de artistiek beschreven en beschilderde raamgevel van Trust!

Binnen is het uitnodigend warm, aan de muren vrolijk gekleurde tegeltjes en kunst. Het eenvoudige meubilair is in prettige pasteltinten geschilderd. Achterin een gezellig-rommelig-maar-toch-mooi-gestylede open keuken, die ambachtelijk aandoet...

Hulk Smoothies
De menukaart kan ik op de tafeltjes niet vinden. Die blijkt aan de muur te hangen, uitgeschreven op een groot vel heel-erg-gerecycled-uitziend-papier. "From Trust with Love" staat erboven. Vind ik leuk. Ze zijn er sowieso wel van de Shakespeare/Hemingway-quotes en andere blije boodschappen: 
"It is difficult to see the picture if you are inside of the frame" en "Lighthouses don't go running all over an island, looking for boats to save. They just stand there, shining". 
Fijn, vinden wij niet alleen leuk, houden wij van!
Vandaag houd ik het bij een kopje thee, want ik heb vlak voor mijn spontane bezoekje al geluncht. En daar heb ik meteen spijt van als ik de heerlijke salades ("Leaf it be"), soepen ("Peace soup") en taarten ("The Sweet Life") op de kaart zie staan. Ook onder invloed van al je de goede voornemens kun je hier nog prima terecht, want verder hebben ze Spelt Carrot Cakes, Hulk Smoothies en Skinny Buddha Granola.

Oogcontact
In de bediening lopen duidelijk niet de meest ervaren horeca-rotjes rond. En dat is best verfrissend. Geen snelle babbel, maar oprechte vriendelijkheid. Nog niet zo'n rapidomucho snelwandelloopje, maar gelukkig wel een open bik en oogcontact. Opperste concentratie tijdens het koffie maken, en aan het telkens opnieuw keurig schoonmaken van het melkstoompijpje te zien, gok ik dat er wel een Barista-traininkje tegenaan gegooid is, maar zie ik ook de liefde. Om mij heen klinken veel begroetingen; het is duidelijk dat terugkerende gasten herkend worden. Beginners (-Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen-)? Misschien, maar het idee van gastvrijheid hebben ze hier helemaal begrepen.

Winst en aanwinst
Ik vraag me natuurlijk af of dit uit kan. Hoeveel de mensen betalen. Welke uitleg ze daarbij geven. Hoe ze hier de verkochte producten nou eigenlijk in de kassa aanslaan, en of ze pas echt aan het einde van de dag zien wat er binnen is gekomen. Of het winstgevend zal zijn. In de Telegraaf werden de woorden 'gratis lunchroom' gebruikt. "Betalen waar je zin in hebt" las ik ook ergens. Ik weet niet of dat goede omschrijvingen zijn. Het gaat natuurlijk vooral om subjectieve waardebepaling. "Betalen vanuit je hart" vond ik wel een leuke. Klinkt misschien wat abstract, maar tot nu toe lijkt het te werken; het is druk, en ik kan me niet voorstellen dat hier mensen zouden weglopen zonder te betalen.
Bij het afrekenen kom ik er achter, dat het nog best moeilijk is om als consumer zomaar even zélf voor iets de prijs te bepalen. Wat ik neerleg? Vier euro en twintig eurocent. Deels omdat ik daarmee bóven de gemiddelde prijs voor een kopje thee in deze omgeving denk/hoop te zitten, en deels omdat dat is wat ik als muntgeld in mijn portemonnee vind.

Winstgevend of niet, een áánwinst is dit plekje zeker. En ík geloof er wel in. In Trust we trust!

De Facebookpagina is de Website
En de omschrijving daarop luidt niet restaurant, maar community.
Trust. Albert Cuypstraat 210, Amsterdam
"Open untill closed".

Gaat dat checken. Al is het maar om hun Wifi-password!

zondag 29 december 2013

De Oorsprong van de Oliebol.

Over godinnen met afketsende zwaarden, smout, etymologie, en héél véél poedersuiker.

Vandaag en morgen eten we ze weer: oliebollen. Nog even snel voordat we weer aan de goede voornemens gaan. Zompig, vet, warm, koud, zelfgemaakt, of van de gebakkraam op de hoek. De jaarlijkse testen zijn geweest, en op dit moment barst het culinaire web weer uit zijn voegen van de onmisbare tips, succesformules en recepten voor de perfecte oliebol.

Maar waar komt het ding nou eigenlijk vandaan?

De oorsprong van de oliebol.
Over het ontstaan van de oliebol bestaan -zoals zo vaak bij recepturen en gerechten- verschillende versies. Online en in stapels kookboeken vond ik de volgende theorieën:
De meest fantasievolle gaat over Germaanse stammen, die geloofden dat 's nachts de godin Perchta ronddwaalde. Een godin die de buiken van luiwammesen en ongehoorzamen opensneed. Om deze slechte geest een beetje tevreden te stellen, werd gefrituurd deeg geofferd, maar vaak ook zelf opgegeten. Door het vet dat in deze oliebollen zat, zou het zwaard van Perchta niet de buik opensnijden, maar op de vette koeken uitglijden, en zou men aan haar toorn ontkomen.
Een ander -waarschijnlijker- verhaal stamt uit de periode aan het einde van de Middeleeuwen. Kerstmis was in die tijd het einde van een vastenperiode. Om dit te vieren was er behoefte aan een voedzame lekkernij. En dat waren oliekoeken. Gemaakt van houdbare grondstoffen, omdat al het verse voedsel immers op was, en dus lekker vullend.

Toch niet Hollandsch?
De derde optie is er één waarbij men ervan uitgaat dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland vluchtten hun recepten meenamen. In Portugal at men destijds al iets dat op oliebollen lijkt: oliekoeken met gedroogde zuidvruchten, en dat het gerecht dus zo in Nederland geïntroduceerd werd. 
Tenslotte zijn er de Belgen. In De Belgische Keuken wordt door Nest Mertens en Dirk Prins beweerd dat het woord 'oliebol' een Noord-Nederlandse verbastering is  van het Vlaamse 'smoutebol', een bol die in smout -ossenwit- gebakken werd. Volgens De Dikke van Dam is dit 'onzin, natuurlijk'. Oliebol was geen verbastering, maar gewoon een ánder product met een ándere bereidingswijze. En ook Louis Paul Boon maakt met deze Vlaamse bewering korte metten: "In ossevet worden smoutbollen, en in olie oliebollen gebakken.."

Oliekoek vs. Oliebol
De 'oliekoeken' op het schilderij van Albert Cuyp uit 1652 lijken qua vorm verdomd veel op de hedendaagse oliebol. Maar eeuwenlang noemden wij oliebollen dus nog oliekoeken. In de loop van negentiende eeuw krijgt het woord oliebol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale 'oliebol' op. Volgens mijn chronologisch woordenboek werd de benaming in 1884 geïntroduceerd, maar was deze nog steeds niet gangbaar. En dat blijkt volgens Wikipedia ook uit het Woordenboek der Nederlandsche taal van 1896. Daarin wordt 'oliekoek' nog steeds als de gebruikelijke benaming voor oliebol genoemd. Maar daarna gaat het snel; vanaf begin twintigste eeuw wordt alleen nog maar over oliebollen gesproken. 

Magere oliebollen
Wel leert het ver teruggaan naar oude recepten ons dat de oliebol vroeger een veel rijker gerecht was. Krenten, rozijnen of appel zien we nu ook nog weleens, maar vroeger werd daar nog sukade, oranjesnippers, gember, citroenschil of amandel aan toegevoegd. Dat maakt de exemplaren die wij deze week maken of kopen eigenlijk maar magere varianten. 
Ook Japke-d. Bouma van nrc.next is er niet zo'n fan van. Gisteren las ik deze leuke column van haar online:
"Hij is de C-categorie onder de mislukte gerechten. Vraag het na, en niemand weet waarom we er ook alweer zo opgewonden over doen. De pannenkoek, de Belgische wafel, de poffer en de donut kunnen het zo overnemen. Zij weten wereldwijd miljoenen ondernemers tot gespecialiseerde verkooppunten te inspireren; het hele jaar open, zonder enig probleem. Even serieus: dat zie je de oliebol niet doen."

Legendarische recepturen
Mythische do's en don'ts over het kopen én maken van oliebollen zijn er genoeg. De beste bollen komen volgens de test van het AD opnieuw uit Rotterdam. Daar kun je dus gezellig twee uur voor in de rij gaan staan. Maar de kritieken van deze súperbelangrijke maak-t-of-kraak-t-testen kunnen ook vernietigend zijn. Op de site van het Parool hebben ze het al over oneetbare baksels met ranzige nasmaak: "de aller-smerigste oliebollen hebben een betonnen korst, lijken op een pussig gezwel met krenten aan de buitenkant als zwarte mee-eters, of smaken naar sigaretten". Aha. Jammie.
Zelf bakken dan maar? In het schuurtje, zoals mijn vader vroeger deed. Of met een doek om het hoofd en de afzuiger aan. Lauwwarm water in plaats van melk; dan verbranden ze minder snel. Of het beslag niet langer dan 15 minuten laten rijzen. De truc van een ijs-portioneerder in plaats van twee lepels. En -oh mijn God- je blijkt ze ook nog eens ab-so-luut niet te mogen stapelen!

Hoe dan ook; het gebakken gistbolletje hoort er gewoon nog steeds heel erg bij. Dus eet ik op oudejaarsavond zeker weten een oliebol. En overmorgen? Dan zijn we er een heel jaar lang weer van af.

Hoe, waar en met wie u ze ook eet, ik wens u alvast een heel gelukkig en lekker 2014!

vrijdag 20 december 2013

Geen Sissi, maar SOMM: een foodfilmvakantie

"I feel it in my fingers
I feel it in my toes"

De kerstvakantie is bijna hier. Ook voor de grumpy ones onder ons is er nu echt geen ontkomen meer aan! Ik was afgelopen week bij de huisarts.. en zelfs op zo'n plek, die toch eigenlijk doordrenkt hoort te zijn van kleine kwaaltjes, ongelooflijk ongemak en verschrikkelijk verdriet, blijkt de Christmas spirit gewoon doorgedrongen, en zat ik dus -alsnog- in een vlijtig gedecoreerde wachtkamer. Geloof mij: vandaag of morgen dendert de kerstsfeer onvermijdelijk en onverbiddelijk óók de laatste zich tot op heden nog moedig staande houdende winkels, restaurants en huiskamers binnen.




Tidings of comfort and joy
Zelf ben ik -als eeuwige laatbloeier- inmiddels ook maar lekker overstag gegaan voor wat commercieel opgelegde kerstsfeer. Dus zing ik gewoon voluit met Nick en Simon mee. En met Mariah Carey. En vraag ik een plaatje aan bij Serious Request. En heb ik op de valreep toch nog stiekem wat kerstlichtjes aangeschaft, en een handje kerstkransjes in een onooglijk presenteerschaaltje op tafel gezet. Kom ik hier gewoon voor uit. De televisie doet ook aardig mee, trouwens. Romantische comedy's, cabaret, jaaroverzichten, concerten, kinderfilms... niet te doen. En van die films, die je al tien keer hebt gezien natuurlijk. Love actually is al geweest dit jaar. En was -ook dit jaar- weer geweldig. "Yes is being my answer" en het harverscheurende "just in cases". Check; afgevinkt.

Fijne vakantie-foodfilms
Maar daar mag het van mij dit jaar bij blijven, want... Schrek, Annie en Sissi; zelfs ík trek hier de grens. In plaats daarvan heb ik de kerstvakantie gekroond tot het ideale moment om de fijnste foodfilms die ik dit jaar zag, nog eens lekker terug te kijken. Een eigen jaaroverzichtje, zeg maar. Want; van eten en drinken op het beeldscherm is het bijna net zo genieten als aan tafel! El Bulli; cooking in progress,  More than Honey en Jiro dreams of sushi, bijvoorbeeld. Niet het meest actuele aanbod, maar dat hoort heel erg bij kerst. Dus -hup, de bank op.
Hier mijn tips, en zoals u van mij gewend bent, komen zowel de verfilmde wijnen als spijzen aanbod.

SOMM


So there is this diploma... Niet zozeer voor de Foodies, Foodista's, Culi's en Kookgekjes. Maar wél voor de liefhebber van de wondere wereld van wijn en een kijkje achter de schermen bij de vakidioten die zich er in bekwamen. Een heerlijk interessante documentaire waarbij vier fanatieke sommeliers gevolgd worden in hun voorbereiding naar het prestigieuze examen voor Master Sommelier. "The hardest test you've never heard of". Competente en competitieve karakters met niet alleen doorzettingsvermogen, maar ook met obsessieve trekjes, prachtige beelden van druiven, glaswerk, het productieproces en de landschappen, continue begeleid door meeslepende strijkersmuziek. Over studeren en proeven, de geur van een net geopend blik tennisballen en de offers die men brengt, op weg naar de top. "SOMM takes you on the ultimate insider's tour into a world of obsession, hope, and friendship in red, blanc and sometimes rose". Indrukwekkend portret over topsport en toewijding. Spannend tot het einde. En een ideale pairing met een glas rood op de bank.


Make Hummus, Not War

Hierover blogde ik al maart in het vooruitzicht naar het FoodFilmFestival van dit jaar. Een prachtige en amusante zoektocht naar de oorsprong van een conflict uit het Midden Oosten, waarover u nog niets in de krant las. Een hommage aan een van de oudste bereidingen ter wereld en de landen die dit erfgoed claimen. Filmmaker Trevor Graham neemt ons mee op reis langs gepassioneerde rivaliteit, eeuwenoude familierecepten, authentieke hummus-bars, oververhitte politici en eetculturen, die meer gemeenschappelijke aspecten dan grote verschillen onthullen. Grappige en intense verhalen, humoristisch aan elkaar gepraat en flitsend gemonteerd. Behalve een rij aan antwoorden op de vraag "can a region own a food?", wordt er ook nog knipogend een gooi gedaan naar vrede. "Call me crazy, call me naive, but if hummus is a food of love, could it be the food of peace?". Als dát geen kerstboodschap is...?!

Ho Ho Ho. Ik schud de kussens van de bank vast op, de afstandsbediening ligt klaar en ik doe nog een graai in mijn kneuterige kerstkransjesbakje. Kaarsjes aan: ík geef me over. Kerstvakantie: kom d'r maar in! Happy Holidays!

"It's the most wonderful time of the year"...

woensdag 20 november 2013

De alleen-etende mensch

Over medelijden, moed en troost, en over dat dat allemaal misschien wel niet nodig is...

Toen ik jong was, vond ik mensen die alleen in een restaurant zaten te eten altijd enorm zielig. Dan waren we met mijn ouders en broertje uiteten, en zat een paar tafels verder een meneer in zijn ééntje aan een tafeltje... Hartverscheurend vond ik dat, en ik stelde dan ook vaak voor om hem uit te nodigen aan onze tafel. Tijdens de avond bleef ik maar checken of meneer niet ter plekke aan zijn eenzaamheid ten onder zou gaan, maar dit gebeurde natuurlijk nooit.

Tientallen keren legden mensen mij uit dat alleen natuurlijk niet hetzelfde is als eenzaam. Het heeft eigenlijk ook wel iets moedigs, of juist iets luxueus.. Zoals in het werk van Harry Mulisch. In zijn boeken gaat de hoofdpersoon vaak (geromantiseerd) alleen uiteten, die hoofdpersonen zijn altijd vér van zielig. Ze eten goed, en smakelijk, hebben meer tijd om hun omgeving te observeren, leggen contact met obers, en genieten vaak extra van de smaken op hun bord of in hun glas. Daarnaast heb ik tijdens mijn werk trouwens ook nog nooit meegemaakt dat de alleen-etende gast tijdens het hoofdgerecht van ellende in huilen uitbarst. Eigenlijk vertrekken ze juist vaak innig tevreden, en dan beeld ik me maar in dat ze na hun vorstelijke maal naar hun éénpersoonshotelkamer gaan, om daar met een goed boek weg te zakken in een behaaglijk warm schuimbad, en zulke door-mijzelf-bijgevoegde-beelden troosten mij dan wel weer.

"Alleen is een puur fysieke toestand"
Dat klinkt natuurlijk raar; dat ík getroost zou moeten worden omdat ik een ánder zielig vind. Maar dat is eigenlijk precies waar het om draait; ik vind die mensen misschien zielig, maar dat betekent natuurlijk niet dat zij dat zelf ook zo ervaren...

Dat bevestigt ook Professor van Avermaet, sociaal psycholoog, in een artikel van Goed Gevoel: 'Hoe anderen van buitenaf toekijken op iemand die alleen zit, verschilt erg van hoe die persoon er zelf over denkt. Mensen die naar het park gaan als een sociale bezigheid beschouwen, gaan op die manier ook naar anderen kijken en dat gedrag vergelijken met hun eigen verwachtingen.'

Het is duidelijk: ík beschouw naar een restaurant gaan blijkbaar gewoon heel erg als een sociale bezigheid. Voor mij is eten verbinding maken. Met je zintuigen, je lijf, jezelf, maar vooral met anderen. Eten is ontmoeten, delen, erover praten, van elkaar proeven. Ik heb er ook altijd zo'n oerbeeld bij van dieren die bij een waterbron of voederplaats samenkomen, en met z'n allen daar eten en drinken. Samen eten hóórt eigenlijk gewoon, vind ik.

Maar dat vind dus niet iedereen.
Gaat u vaak alleen uiteten? Omdat het zo loopt, of juist omdat u dat zo prettig vindt? Of zou u graag alleen uiteten gáán, maar durfde u tot op heden niet? Grijp deze week uw kans: Pop-up restaurant Eenmaal gaat open, het eerste éénpersoonsrestaurant ter wereld. Een restaurant met enkel tafeltjes voor één persoon. Een creatie van social-designer Marina van Goor, van de gelijknamige Ontwerpstudio.
"It is the perfect place to dine in pleasant solitude; an exciting experiment for those who never go out for dinner alone and an attractive place to eat for those who already enjoy doing so".
Het concept werd al eerder getest tijdens Rollende Keukens en een succesvolle zomereditie.
Nu is er de herfsteditie, waarvan het aantrekkelijke menu al op facebook te zien is. 
Wanneer: 21 & 22 november 
Waar: Bos en Lommerweg 361, Amsterdam
Reserveren: reserveren@eenmaal.com
Info: www.eenmaal.com



Of ik zelf een reservering gemaakt heb? Nee. Niet alleen omdat het misschien nog íets te gewaagd is voor mij, maar omdat ik die avonden zélf al mensen bedien. 
Mocht daar weer eens een "ééntje" bijzitten, dan neem ik me bij deze voor om mijzelf uit te dagen en me aan leren om daar anders naar te kijken... te zien hoe meneer of mevrouw in zijn of haar eigen aangename gezelschap eet, drinkt, proeft en geniet.... mijn ideeën bij te stellen, en wie weet.. reserveer ik dan voor de wintereditie van "Eenmaal" wél een tafeltje....

woensdag 6 november 2013

Het regent en het is november... Troostvoer!

Over de herfst van het leven en dampende kommen soep.

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt. 


De eerste strofe van het gedicht "November" van JC Bloem. Het moge duidelijk zijn: meneer Bloem heeft het hier niet alleen maar een beetje over het weer. Meer over het najaar van het leven. En zoals de regen ons soms wat somber kan maken, lukt het Bloem in dit gedicht uitstekend om ons in zijn herfstdepressie mee te sleuren, naar deze koude maand waarin het verval des levens van zich laat horen. En dat gaat -inderdaad- gepaard met een portie poëtische somberheid. Doe je niks aan.. Of tóch wel?

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht


Het ís natuurlijk ook een rare maand; november.. Met z'n korte dagen en hevige herfst. Het wordt merkbaar eerder donker, elke keer weer die regen, wind, natte bladeren, brrr.. Soms denk ik dat november met al zijn droefheid eigenlijk de échte laatste maand van het jaar is, maar dat we er ooit, om de pijn van deze glansloze eindigheid wat te verzachten, nog een "feestmaand" achteraan bedacht hebben. Waarbij dan dat "daaglijks leven" nog even opgefleurd wordt met stoomboten en rendieren en waarbij die "troosteloze straten" volgegooid worden met gekleurde lichtjes. Prima idee, als je het mij vraagt, want ik hou wel van een feestje.. Maar eerst dus november...

November, waarin de stemmige eindejaarsblues nog even niet overstemd worden door luide sinterklaas- en kerstliedjes. Waarin die picknick in het Vondelpark zo belachelijk ver weg voelt en overal regenjassen droevig druipend in kille gangen hangen. 

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.


Die arme meneer Bloem. Hij liet zich niet inpalmen door het vooruitzicht van december. Voor hem lag het dieptepunt, hier en nu. In november.

Ik heb me daar tegen gewapend. Voor mij is er eigenlijk maar één manier om deze maand met z'n onvermijdbare sporen van ouderdom en eindigheid een beetje ongehavend door te komen. Want uiteindelijk gaat het in dit blog natuurlijk over eten. Troostvoer, in dit geval. Dames en heren, er is maar één echte remedie voor November, en dat is... soep. 
Elke keer als ik in november bij ingangen van winkels, restaurants en buren weer zo'n overvolle paraplubak zie staan, met van die lekkende paraplu's er in en zo'n zielig plasje er om heen, denk ik aan JC Bloem met z'n "altijd november, altijd regen", en dan besluit ik snel om weer soep te gaan maken.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.


Veel soep dus.
"Om te ontkomen aan den tijd"Diepe borden, mokken of kommen om je handen aan te warmen, om ze omheen te vouwen. Lekker behaaglijk. Slurpend, drinkend of lepelend. Zo'n hoopgevende pan soep op het vuur. Volgens Ischa Meijer was soep "als een goede vriend in huis". En het TownHouse Hotel in Maastricht heeft dat ook begrepen, daar bieden ze de gasten in deze tijd een kommetje soep aan bij het inchecken. Over een warm welkom gesproken. Dus ja, ik heb meteen geboekt.


De eerste week van november begon meteen met storm, en veel regen. Mijn eerste soepen van deze maand heb ik dus al op. Pindasoep met garnalen en kroepoek, en Tom Kha Kai met kokos. Het hielp. Maar voor eventuele toekomstige herfstbuien, heb ik al lang besloten wat mijn volgende opbeurende opwarmer wordt:

Aardappelcrèmesoep met truffel. 
Mmmmmmm! Recept hier, via Elle Eten te vinden. Heeft voor een soep nogal een fikse bereidingstijd, maar goed; dat is me zo'n kommetje antidepressiva, warmte en troost wel waard. Met knapperige aardappelkaantjes. Hoppetaaa, lekker romig, dikke Bourgogne erbij, en zo komen we de maand wel door. Niks leeg hart.

Ik zeg: november; eat your heart out!