Posts tonen met het label Pop up. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pop up. Alle posts tonen

maandag 24 maart 2014

Met stroop of kaviaar, smullen maar!

Over de onduidelijke oorsprong en rood wit geblokte tafelkleedjes. 

Frisbeeën in de keuken
Aan kook- en eettradities heeft iedereen zo zijn eigen herinneringen. Als wij vroeger thuis pannenkoeken aten, maakte mijn vader die. Toen we nog erg jong waren, bouwde hij in onze keuken een soort pop up restaurantje, waardoor mijn broertje en ik samen aan een gedekt tafeltje zaten en telkens mochten bestellen. "Nu één met appel!" en "nu één met kaas! Of "een gewone" zodat je er zelf met stroop een letter of hartje op kon maken. Mijn vader bakte er stiekem ook altijd twee te veel, om ze als frisbees in de lucht te kunnen gooien, zodat de honden die dan weer opvingen. Lachen was dat. Toen heette de pannenkoek trouwens nog -gewoon- pannekoek. En voor die thuisrestaurantjes werden we natuurlijk uiteindelijk ook -gewoon- te oud.

Waar komt het ding eigenlijk vandaan?
Nou, van overal, zo'n beetje. De lijnen van de oorsprong beginnen op meerdere continenten. Er zijn aanwijzingen dat verschillende volksstammen al in de prehistorie op hete stenen een soort koeken bereidden van gedroogde zaden, bloemen, melk en eieren. De Romeinen hadden de "Alita Docia", gemaakt van melk, eieren, meel en honing. En ook de Indianen hadden een eigen versie van mais; de Nokehick. Daarnaast zijn er vermeldingen van pannenkoeken in China en Nepal. Het oude recept reisde in de twaalfde eeuw met de kruisvaarders mee, terug naar Europa. In de Middeleeuwen begon de koek steeds meer te lijken op de variant die we nu kennen. En in Groot Brittannië, Australië, Nieuw Zeeland en Canada werden pannenkoeken destijds gebruikt om de eieren op te maken, voordat het vasten voor Pasen begon. Verder bestaat er een kookboek uit 1439 waarin de pannenkoek genoemd wordt, en hangt in het Rijksmuseum "de pannenkoekenbakster" van Rembrandt van Rijn, uit 1635. Allesbehalve gewoon. 

Veelzijdig flensje
Vroeger werd de pannenkoek gemaakt met boekweitmeel. Tegenwoordig vooral met bloem. Maar de pannenkoek is nog steeds enorm veelzijdig. We kennen de zoete variant, met stroop en poedersuiker, hartig met spek en kaas, de dikke Amerikaanse pancakes en de elegante Franse crêpes. Warm of koud. Oh, en de poffertjes en blini's natuurlijk. Met fruit of kaviaar. Als ontbijt, als avondeten, of als dessert. Talloze varianten, ze ontstonden dankzij de landelijke tradities, vaderlandse voorkeuren en destijds voorradige ingrediënten. En nu? Nu komen ze zelfs -gewoon- uit de magnetron...

Nationale Pannenkoekdag
Over een paar dagen is het Nationale Pannenkoekdag. Ik dacht in eerste instantie dat dit een soort ode aan de pannenkoek zou zijn, met veel aandacht voor de oorsprong van het gerecht, maar dat blijkt niet helemaal waar. Als ik wat verder surf, zie ik overal dat het initiatief 'mede mogelijk gemaakt' wordt door Tefal en Koopmans. Klinkt als een commerciële stunt. Blijkt gelukkig ook niet helemaal waar, want Nationale Pannenkoekdag heeft een maatschappelijk doel: "basisschoolleerlingen stropen de mouwen op om ouderen zelfgebakken pannenkoeken te serveren in oudereninstellingen en op scholen". Wat Tefal en Koopmans dan doen? Zij zorgen voor de benodigdheden; pannen, pannenkoekenmix, vloeibare margarine, koksmutsen, tafelkleden en servetten. Een soort Tefal, je denkt ook aan alles, zeg maar. Nationale pannenkoekdag bestaat al acht jaar, en dit jaar doen er zo'n 600 scholen mee. Daardoor krijgen meer dan 46.000 ouderen aanstaande vrijdag pannenkoeken voorgeschoteld. U wordt enthousiast? Er was zoveel animo voor, dat opgave niet eens meer kan. 


Maar wat natuurlijk wél kan, is deze week weer eens lekker pannenkoeken eten! Deze keer maak ik ze zelf, bij mij thuis, voor een vriend. En ik heb besloten om de traditie van dat pop-up-restaurantje-at-home gezellig voort te zetten. Compleet met life cooking, en rood wit geblokt tafelkleed. Gewoon, net als vroeger. En zo wordt pannenkoek toch weer heel even pannekoek... 


Ook weer eens ouderwets pannenkoeken eten? Ik maak "gewone."
Maar andere recepten staan hier: van stroop-banaan en spinazie-zalm tot paleo-kokos. 

woensdag 20 november 2013

De alleen-etende mensch

Over medelijden, moed en troost, en over dat dat allemaal misschien wel niet nodig is...

Toen ik jong was, vond ik mensen die alleen in een restaurant zaten te eten altijd enorm zielig. Dan waren we met mijn ouders en broertje uiteten, en zat een paar tafels verder een meneer in zijn ééntje aan een tafeltje... Hartverscheurend vond ik dat, en ik stelde dan ook vaak voor om hem uit te nodigen aan onze tafel. Tijdens de avond bleef ik maar checken of meneer niet ter plekke aan zijn eenzaamheid ten onder zou gaan, maar dit gebeurde natuurlijk nooit.

Tientallen keren legden mensen mij uit dat alleen natuurlijk niet hetzelfde is als eenzaam. Het heeft eigenlijk ook wel iets moedigs, of juist iets luxueus.. Zoals in het werk van Harry Mulisch. In zijn boeken gaat de hoofdpersoon vaak (geromantiseerd) alleen uiteten, die hoofdpersonen zijn altijd vér van zielig. Ze eten goed, en smakelijk, hebben meer tijd om hun omgeving te observeren, leggen contact met obers, en genieten vaak extra van de smaken op hun bord of in hun glas. Daarnaast heb ik tijdens mijn werk trouwens ook nog nooit meegemaakt dat de alleen-etende gast tijdens het hoofdgerecht van ellende in huilen uitbarst. Eigenlijk vertrekken ze juist vaak innig tevreden, en dan beeld ik me maar in dat ze na hun vorstelijke maal naar hun éénpersoonshotelkamer gaan, om daar met een goed boek weg te zakken in een behaaglijk warm schuimbad, en zulke door-mijzelf-bijgevoegde-beelden troosten mij dan wel weer.

"Alleen is een puur fysieke toestand"
Dat klinkt natuurlijk raar; dat ík getroost zou moeten worden omdat ik een ánder zielig vind. Maar dat is eigenlijk precies waar het om draait; ik vind die mensen misschien zielig, maar dat betekent natuurlijk niet dat zij dat zelf ook zo ervaren...

Dat bevestigt ook Professor van Avermaet, sociaal psycholoog, in een artikel van Goed Gevoel: 'Hoe anderen van buitenaf toekijken op iemand die alleen zit, verschilt erg van hoe die persoon er zelf over denkt. Mensen die naar het park gaan als een sociale bezigheid beschouwen, gaan op die manier ook naar anderen kijken en dat gedrag vergelijken met hun eigen verwachtingen.'

Het is duidelijk: ík beschouw naar een restaurant gaan blijkbaar gewoon heel erg als een sociale bezigheid. Voor mij is eten verbinding maken. Met je zintuigen, je lijf, jezelf, maar vooral met anderen. Eten is ontmoeten, delen, erover praten, van elkaar proeven. Ik heb er ook altijd zo'n oerbeeld bij van dieren die bij een waterbron of voederplaats samenkomen, en met z'n allen daar eten en drinken. Samen eten hóórt eigenlijk gewoon, vind ik.

Maar dat vind dus niet iedereen.
Gaat u vaak alleen uiteten? Omdat het zo loopt, of juist omdat u dat zo prettig vindt? Of zou u graag alleen uiteten gáán, maar durfde u tot op heden niet? Grijp deze week uw kans: Pop-up restaurant Eenmaal gaat open, het eerste éénpersoonsrestaurant ter wereld. Een restaurant met enkel tafeltjes voor één persoon. Een creatie van social-designer Marina van Goor, van de gelijknamige Ontwerpstudio.
"It is the perfect place to dine in pleasant solitude; an exciting experiment for those who never go out for dinner alone and an attractive place to eat for those who already enjoy doing so".
Het concept werd al eerder getest tijdens Rollende Keukens en een succesvolle zomereditie.
Nu is er de herfsteditie, waarvan het aantrekkelijke menu al op facebook te zien is. 
Wanneer: 21 & 22 november 
Waar: Bos en Lommerweg 361, Amsterdam
Reserveren: reserveren@eenmaal.com
Info: www.eenmaal.com



Of ik zelf een reservering gemaakt heb? Nee. Niet alleen omdat het misschien nog íets te gewaagd is voor mij, maar omdat ik die avonden zélf al mensen bedien. 
Mocht daar weer eens een "ééntje" bijzitten, dan neem ik me bij deze voor om mijzelf uit te dagen en me aan leren om daar anders naar te kijken... te zien hoe meneer of mevrouw in zijn of haar eigen aangename gezelschap eet, drinkt, proeft en geniet.... mijn ideeën bij te stellen, en wie weet.. reserveer ik dan voor de wintereditie van "Eenmaal" wél een tafeltje....

maandag 19 augustus 2013

Lekker vaag; mondvermaakjes uit de armoedzaaierskeuken.

Getalenteerden musiceren, dragen voor, doen hun ding.
Gefortuneerden betalen. Armen krijgen.

Allen gezeten aan één tafel. Ons even rijk wanend.

Küche der Armen
Via een online tip van voormalig collega, topchef en columnist Joris Bijdendijk ving ik iets op over Küche Der Armen. Een tijdelijk restaurant, waar kok en beeldend kunstenaar Sjim Hendrix met armoedzaaiers-ingrediënten zijn culinaire 'ding' zou doen.

Voedselidealist
Ik had -in alle bloggende eerlijkheid- echt nog nóóit van Sjim Hendrix gehoord, en toen ik naar informatie over hem zocht, kwam ik erachter dat hij opgeleid is door Michelinsterrenchef Dick Soek. Daar leerde hij dat alles, dat niet rechtstreeks uit de natuur komt, rommel is. Pas later, als arme student aan de Rietveld Academie, is Hendrix zich in het fenomeen van vies en goedkoop eten gaan verdiepen.
Maar het waren vooral de stukken waarin hij geciteerd werd, die mij nieuwsgierig maakten:

'Er bestaat een compleet vals begrip van wat luxe of lekker is. Iedereen stopt de hele dag gerookte zalm in zijn mik, terwijl die naar antibiotica en modder smaakt. Maar dat weet niemand, omdat ze de smaak van wilde vis niet kennen".

Ik eet zo'n beetje dagelijks gerookte zalm. Reserveren dus maar!

Reserveren = doneren.
De mobiele website doet het niet. "Omdat ze liever hebben dat je onderweg om je heen kijkt". Grappig. Thuis blijkt dat de site leuke tekstjes en weinig duidelijkheid biedt. Het prikkelt: "KLUB KDA serveert decadentie uit de armoedzaaiers keuken. Wisselende menu's voor een vaste minimumprijs.Wilt U komen eten? Een plekje reserveren aan tafel? Weten waar de KLUB zich bevindt?" Ja ja ja, natuurlijk! Spannend. Er blijkt eerst gedoneerd te moeten worden. Ik hoor graag bij clubjes, bij teams, jeej, fijn, gezellig, word ik blij van. Dus kom maar op. Je kunt kiezen uit bedragen tussen de 5 en 2500 euro. Hallo zeg! Ik besluit: 5 euro, omdat cluppies leuk zijn, maar onbekende cluppies... eerst even zien.
Een paar minuten later ontvang ik de bevestiging van mijn reservering. Tijdens het gehele avontuur is het natuurlijk geen seconde bij me opgekomen dat dit pop-up restaurantje ook weleens níet in Amsterdam zou kunnen zijn. "Schat, we moeten naar Den Haag!".


Lekker vaag
Zo belandde ik gisteravond, ergens in Den Haag, letterlijk in de gemeentelijke bosjes langs de weg, met mijn hoge hakken in de modder en een glas cider in mijn hand, hop, midden in de surrealistische realiteit van Sjim Hendrix. Een besloten tuinfeestje, een setting van buiten dineren, op hooibalen gezeten, aan een lange tafel, gezamenlijk met onbekenden. Doe ík in elk geval niet iedere dag.
Ook ik zal de vaagheid rondom dit half culinaire, half culturele en half illegale initiatief hier niet al bloggend gaan opheffen, maar oh, what a night!
Een avond vol verwondering en bewondering. Winkelwagentjes met video-apparatuur, een onthoofde maar kleurrijke tafelgenoot, openluchttoiletten, videobeelden van paddenstoelenplukkerij en een wasmachinetrommel op velgen als vuurkorf. Volgt u het nog? En heerlijk eten. Mondvermaakjes, noemt Sjim dat. Groffe oesters, wilde kokkels, spekbokking, moerasspirea, duindoorn, koolzaadolie, diklipharder, verveine, tweedekeustomaat, engelwortel, rucolabloem, zuring, boleten, biet, bramen, honingsorbet, venkelroomijs en rozenstroop.
Sjim Hendrix kookt goed, en zonder poespas. De ingrediënten spelen hier de hoofdrol, de smaken zijn mooi op elkaar afgestemd. Aardsheid, zuren, romigheid, bitters, het komt -elke gang weer- weer helemaal goed. Sjim vertelt dat de zoektocht naar zijn 'spullen' de meeste tijd kost. Hij zoekt, plukt, scharrelt en raapt, haalt zijn koopjes bij de boeren. En wij smullen.

Nijhoffgedicht
De maan hult ons in een sprookjesachtig licht, zo tussen het groen. Ik schop mijn pumps uit. Er wordt verteld, gevraagd, uitgelegd en gediscussieerd. Over de liefde, natuurlijk, maar ook over geluk, over een ongeluk, over rust, onrust, bambi, citeren, promoveren, melodie, stenen likken, vacuümkoken en spreeuwen afschieten. Er wordt voorgedragen: Jean Anthelme Brillat-Savarin, en gezongen: Michel Fugain. Menig Youtubefilmpje gedeeld. Gegiecheld en een traantje gelaten. Er worden glazen tegen elkaar geklonken. Ik waan mij in een gedicht van Nijhoff!

Wij, aan 't dessert, eenzelvige rebellen,
Ontveinzen 't in ons mijmerend gedicht,
Om niet, nu 't uur eind'lijk naar weemoed zwicht,
Elkanders kort geluk teleur te stellen.

We drinken samen, ongefilterd, sulfietvrij, biodynamisch. Ook weer minimaal gemanipuleerd. En aan het einde van de avond... nou, nog ééntje dan! Want straks moeten we afscheid nemen, gaan we de straat op en kunnen we morgenochtend misschien niet meer geloven dat deze avond werkelijkheid was.

Vanmorgen: het stro lijkt nog steeds in mijn bovenbenen te prikken, mijn nieuwe jurkje ruikt naar gestoomde kokkels en mijn voeten zijn, ook na het douchen, nog steeds zwart van de aarde. Mijn parelketting is gisteravond geknapt. De kralen van (nep)decadentie zwerven door mijn handtas.

Sjim is gefascineerd door het spel tussen armoede en decadentie. 'Want arm is ook degene die veel geld heeft en niet weet wat hij ermee aan moet"

En wij..? Wij zijn weer een ervaring rijker.

zondag 14 april 2013

De Koe zegt....

Over ratelende trams en levende tosti's...

Stadsmeisje
Het is niet zo dat ik mijn leven tussen de skylines van een metropolis doorbracht, maar ik heb wel altijd in steden gewoond. Felgekleurd Oranjestad, toeristisch Willemstad, betoncity Den Helder, geweldig Groningen en bruisend Amsterdam. De paar vierkante meters aan landelijkheid in de buurt bestonden uit tropische stranden, het Noorderplantsoen en Hollandse duinen, dus écht platteland? Geen idee. Het heeft me altijd vooral erg koud, vies en ongezellig geleken.
Geef mij maar beton en baksteen, drukke kruispunten, ratelende trams. Hoge gebouwen die wind buitensluiten, overbevolkte fietspaden, stinkende grachten (zowel aan de Groningse als aan de Amsterdamse heb ik heel mijn hart voor altijd verpand...), studiootjes op vier-hoog-achter, terrassen die pal naast de weg liggen en die wij dan als 'mooi' bestempelen, lichtbakreclame's, etalages en lantaarnpalen die mijn weg door de stad 's nachts verlicht houden, en vooral lekker veel drukte. Centraal-Station-achtige drukte. Hoe meer, hoe beter.

Biecht: ik ben nog nooit op een boerderij geweest, heb nog nooit een koe van dichtbij gezien en twijfel wel eens of hooibergen nou echt bestaan of alleen in van die kinderboekjes. Ik vind Ouderkerk aan de Amstel al behoorlijk platteland. Gras ken ik van het Vondelpark, maar groene vingers zijn mij zo vreemd dat collega's mij 'Nienke, van de Pleur-op-Bloemist' noemen.

Laatst grapten mijn vrienden dat ik zo'n kind ben dat niet weet waar de melk vandaan komt.

Waar komt de tosti eigenlijk vandaan?
Behalve van de stad, hou ik ook erg van tosti's. Met kaas en tomaat. Hup, in het tosti-ijzer en klaar. Makkie. Niet dus. Want een paar weken geleden zat ik heerlijk onderuit gezakt in de filmzaal van het Food Film Festival klaar voor de film 'Make Hummus, Not War' en kwam er deze clip van de Tostifabriek voorbij. Een initiatief van een groep jonge creatieve stedelingen, die gaan laten zien wat er allemaal nodig is voor zo'n tosti in het tosti-ijzer kan.

"Midden in de stad zullen we met een zelfgebouwd graanveld, twee varkens en twee koeien, alle ingrediënten van een tosti van begin tot eind zelf produceren". 

Het zaaien van graan, het houden van koeien, grootbrengen van varkens, persen van kaas, pekelen van ham en bakken van brood. Een levende installatie over het wonder dat voorafgaat aan wat er op je bord ligt. De Tostifabriek, ontstaan als crowdfundend kunstproject, is volgens mij geen moraliserend leren-waar-de-melk-vandaan-komt-initiatief, maar wil wel de verbinding tussen mens en voedsel belichten. Het blijft kunst, inderdaad, want duurzaam is deze stadsboerderij nauwelijks... "Maar we willen dan ook juist laten zien wat er allemaal bij voedselproductie komt kijken. Wij zitten straks ook met een mestoverschot". 

Een waarheid als een koe
Alleen dat varkentje zat me nog een beetje dwars. Ik eet geen tosti's met ham. Niet uit principe, hoor; ik vind het gewoon niet lekker, en ik eet dus ook wel genoeg ander dier. Een varkentje slachten púúr voor de kunst, vind ik púúr onzin, maar ik realiseer me ook wel dat een varkentje slachten voor ham, voor tosti's, natuurlijk helemaal niets nieuws is, laat staan onzin. Dat gebeurt al eeuwenlang en elke dag in de wereld, en dat is wat hier uiteindelijk ook gaat gebeuren. Realistisch? Ja. Comfortabel? Nee. Hypocriet? Misschien. Maar -voor of tegen- het "levend maken van de tosti" draagt voor mij -in ieder geval met die discussie al- bij aan een groeiende bewustwording rondom voedselproductie.

Boerderij voor Dummies
Een fabriek waarin de spanning tussen stad en platteland, tussen industrie en landbouw en tussen milieu, mens, dier en voedsel aan den lijve te ondervinden is, daar wil ik bij zijn.
Dus heb ik me opgegeven als vrijwilliger. Uit nieuwsgierigheid, onwetendheid en betrokkenheid. Ik wacht nog op een reactie, maar over een paar weken ruil ik mijn hoge hakken, waarop ik de straten van de stad zo graag trotseer, hopelijk ín voor echte rubberen laarzen en mag ik gaan helpen in de stallen. Als beginner wordt het uitmesten natuurlijk, maar daardoor kan ik wel even héél dichtbij een koe komen. Zie ik ook eens waar de melk vandaan komt.

"En dat is dan geen sprookje, maar misschien wel nét zo bijzonder"