Posts tonen met het label Variant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Variant. Alle posts tonen

zondag 29 december 2013

De Oorsprong van de Oliebol.

Over godinnen met afketsende zwaarden, smout, etymologie, en héél véél poedersuiker.

Vandaag en morgen eten we ze weer: oliebollen. Nog even snel voordat we weer aan de goede voornemens gaan. Zompig, vet, warm, koud, zelfgemaakt, of van de gebakkraam op de hoek. De jaarlijkse testen zijn geweest, en op dit moment barst het culinaire web weer uit zijn voegen van de onmisbare tips, succesformules en recepten voor de perfecte oliebol.

Maar waar komt het ding nou eigenlijk vandaan?

De oorsprong van de oliebol.
Over het ontstaan van de oliebol bestaan -zoals zo vaak bij recepturen en gerechten- verschillende versies. Online en in stapels kookboeken vond ik de volgende theorieën:
De meest fantasievolle gaat over Germaanse stammen, die geloofden dat 's nachts de godin Perchta ronddwaalde. Een godin die de buiken van luiwammesen en ongehoorzamen opensneed. Om deze slechte geest een beetje tevreden te stellen, werd gefrituurd deeg geofferd, maar vaak ook zelf opgegeten. Door het vet dat in deze oliebollen zat, zou het zwaard van Perchta niet de buik opensnijden, maar op de vette koeken uitglijden, en zou men aan haar toorn ontkomen.
Een ander -waarschijnlijker- verhaal stamt uit de periode aan het einde van de Middeleeuwen. Kerstmis was in die tijd het einde van een vastenperiode. Om dit te vieren was er behoefte aan een voedzame lekkernij. En dat waren oliekoeken. Gemaakt van houdbare grondstoffen, omdat al het verse voedsel immers op was, en dus lekker vullend.

Toch niet Hollandsch?
De derde optie is er één waarbij men ervan uitgaat dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland vluchtten hun recepten meenamen. In Portugal at men destijds al iets dat op oliebollen lijkt: oliekoeken met gedroogde zuidvruchten, en dat het gerecht dus zo in Nederland geïntroduceerd werd. 
Tenslotte zijn er de Belgen. In De Belgische Keuken wordt door Nest Mertens en Dirk Prins beweerd dat het woord 'oliebol' een Noord-Nederlandse verbastering is  van het Vlaamse 'smoutebol', een bol die in smout -ossenwit- gebakken werd. Volgens De Dikke van Dam is dit 'onzin, natuurlijk'. Oliebol was geen verbastering, maar gewoon een ánder product met een ándere bereidingswijze. En ook Louis Paul Boon maakt met deze Vlaamse bewering korte metten: "In ossevet worden smoutbollen, en in olie oliebollen gebakken.."

Oliekoek vs. Oliebol
De 'oliekoeken' op het schilderij van Albert Cuyp uit 1652 lijken qua vorm verdomd veel op de hedendaagse oliebol. Maar eeuwenlang noemden wij oliebollen dus nog oliekoeken. In de loop van negentiende eeuw krijgt het woord oliebol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale 'oliebol' op. Volgens mijn chronologisch woordenboek werd de benaming in 1884 geïntroduceerd, maar was deze nog steeds niet gangbaar. En dat blijkt volgens Wikipedia ook uit het Woordenboek der Nederlandsche taal van 1896. Daarin wordt 'oliekoek' nog steeds als de gebruikelijke benaming voor oliebol genoemd. Maar daarna gaat het snel; vanaf begin twintigste eeuw wordt alleen nog maar over oliebollen gesproken. 

Magere oliebollen
Wel leert het ver teruggaan naar oude recepten ons dat de oliebol vroeger een veel rijker gerecht was. Krenten, rozijnen of appel zien we nu ook nog weleens, maar vroeger werd daar nog sukade, oranjesnippers, gember, citroenschil of amandel aan toegevoegd. Dat maakt de exemplaren die wij deze week maken of kopen eigenlijk maar magere varianten. 
Ook Japke-d. Bouma van nrc.next is er niet zo'n fan van. Gisteren las ik deze leuke column van haar online:
"Hij is de C-categorie onder de mislukte gerechten. Vraag het na, en niemand weet waarom we er ook alweer zo opgewonden over doen. De pannenkoek, de Belgische wafel, de poffer en de donut kunnen het zo overnemen. Zij weten wereldwijd miljoenen ondernemers tot gespecialiseerde verkooppunten te inspireren; het hele jaar open, zonder enig probleem. Even serieus: dat zie je de oliebol niet doen."

Legendarische recepturen
Mythische do's en don'ts over het kopen én maken van oliebollen zijn er genoeg. De beste bollen komen volgens de test van het AD opnieuw uit Rotterdam. Daar kun je dus gezellig twee uur voor in de rij gaan staan. Maar de kritieken van deze súperbelangrijke maak-t-of-kraak-t-testen kunnen ook vernietigend zijn. Op de site van het Parool hebben ze het al over oneetbare baksels met ranzige nasmaak: "de aller-smerigste oliebollen hebben een betonnen korst, lijken op een pussig gezwel met krenten aan de buitenkant als zwarte mee-eters, of smaken naar sigaretten". Aha. Jammie.
Zelf bakken dan maar? In het schuurtje, zoals mijn vader vroeger deed. Of met een doek om het hoofd en de afzuiger aan. Lauwwarm water in plaats van melk; dan verbranden ze minder snel. Of het beslag niet langer dan 15 minuten laten rijzen. De truc van een ijs-portioneerder in plaats van twee lepels. En -oh mijn God- je blijkt ze ook nog eens ab-so-luut niet te mogen stapelen!

Hoe dan ook; het gebakken gistbolletje hoort er gewoon nog steeds heel erg bij. Dus eet ik op oudejaarsavond zeker weten een oliebol. En overmorgen? Dan zijn we er een heel jaar lang weer van af.

Hoe, waar en met wie u ze ook eet, ik wens u alvast een heel gelukkig en lekker 2014!

maandag 26 augustus 2013

Vandaag doen we alsof het 16 April is.

Zweven is leven.
Een recentelijk door mij uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen: een hele middag en avond Parade gaat zelden voorbij zonder een behoorlijke hoeveelheid wijn.
Het regende zonnestralen, we zaten uren aan de picknicktafels, draaiden in de zweefmolen, zongen vals mee in de Silent Disco en dronken wit, teveel wit. Met alle gevolgen van dien.

Geen beter moment voor een dagje in slowmotion met wat anti-kater-food.

Eggs Benedictdag
Een brunchgerecht met net zóveel verschillende herkomstverhalen eróver, als variaties erván.
De meest voorkomende -en mijn favoriete- versie over het ontstaan van de Eggs Benedict gaat over effectenmakelaar Lemuel Benedict die op 16 april 1894 in het New Yorkse Waldorf Hotel met een enorme kater in de ontbijtzaal zit en niet weet wat hij van de kaart moet kiezen. Hij bestelt een gerecht waarin al zijn favoriete ingrediënten voorkomen: eieren, bacon, beboterde toast en Hollandaise saus. Oscar Tschirsky, de toenmalige en beroemde Maître d’Hôtel vond dit zo'n geweldige combinatie dat hij dit gerecht op de menukaart van het Waldorf Hotel zette. Hij verving wel de toast door muffins. Eggs Benedict zijn geboren en 16 april is in vele landen nog steeds bekend als Eggs Benedictdag. Vandaag voelt een beetje als 16 April.

"Meer dan honderd jaar later is er nog steeds geen uitsluitsel over wie nu eigenlijk de uitvinder is. Talrijke boeken zijn al over deze controverse geschreven en ook de New York Times heeft een paar jaar terug nog eens een reeks artikelen gewijd aan de oorsprong van dit klassieke ontbijt- of brunchgerecht. Het mysterie is diep geworteld in het toenmalige glamoureuze fin de siècle leven in New York."

Volgens Wikipedia zijn er inmiddels zo'n twintig variaties. Ham, spinazie of zalm in plaats van de bacon, kaassaus of Bordelaisesaus in plaats van hollandaisesaus, artisjok of Portobello in plaats van de muffin, en toevoegingen van tomaat, avocado, krab, truffel of kaviaar.. keuze genoeg.

Over keuzes gesproken.. Avontuurlijk zijn, ze zelf maken of decadent en lui tegelijk zijn en ze ergens gaan eten? Tot nu toe heb ik ze nog nooit zelf gemaakt, en ik weet dat ze op een paar plekken in Amsterdam op de menukaart staan. George WPA, Herengracht en Greenwoods. Maar dat betekent:  de deur uit, en dat stond niet in de planning vandaag. De keuken in, dan maar.

Brak Sausleekje
Vandaag ga ik voor Eggs Royal, ook wel Atlantic genoemd; met gerookte zalm. Op toast. En omdat ik natuurlijk al besloten heb mijn kater niet met ontgiftende thee, sap, fruit en noten te bestrijden, smeer ik lekker nog wat mayonaise op de toast. Eitje pocheren gaat me inmiddels wel lukken, de Hollandaise wordt deze morgen de grootste uitdaging. Honderden recepten en handleidingen online. Voor een sausleekje als ik zijn deze stap-voor-stap instructies een uitkomst. Eierdooiers scheiden, schiften tegengaan, au bain marie technieken... Ik vergeet dat ik nog in pyama ben, en voel me een hele échte kok. In gedachten zet ik mijn koksmuts erbij op.


Het is vol, romig, stevig. Precies wat ik nodig had.
Mijn keukentje is ondertussen veranderd in een slagveld. Pannen, drippende garde, uitgeknepen citroen, kommen, eierschaaltjes... Volgende keer toch weer buiten de deur. Maar het was het waard, en dat opruimen.... Dat komt straks wel. Of morgen. Want afwassen op Eggs Benedictdag, dat hoort vast niet.