zondag 29 december 2013

De Oorsprong van de Oliebol.

Over godinnen met afketsende zwaarden, smout, etymologie, en héél véél poedersuiker.

Vandaag en morgen eten we ze weer: oliebollen. Nog even snel voordat we weer aan de goede voornemens gaan. Zompig, vet, warm, koud, zelfgemaakt, of van de gebakkraam op de hoek. De jaarlijkse testen zijn geweest, en op dit moment barst het culinaire web weer uit zijn voegen van de onmisbare tips, succesformules en recepten voor de perfecte oliebol.

Maar waar komt het ding nou eigenlijk vandaan?

De oorsprong van de oliebol.
Over het ontstaan van de oliebol bestaan -zoals zo vaak bij recepturen en gerechten- verschillende versies. Online en in stapels kookboeken vond ik de volgende theorieën:
De meest fantasievolle gaat over Germaanse stammen, die geloofden dat 's nachts de godin Perchta ronddwaalde. Een godin die de buiken van luiwammesen en ongehoorzamen opensneed. Om deze slechte geest een beetje tevreden te stellen, werd gefrituurd deeg geofferd, maar vaak ook zelf opgegeten. Door het vet dat in deze oliebollen zat, zou het zwaard van Perchta niet de buik opensnijden, maar op de vette koeken uitglijden, en zou men aan haar toorn ontkomen.
Een ander -waarschijnlijker- verhaal stamt uit de periode aan het einde van de Middeleeuwen. Kerstmis was in die tijd het einde van een vastenperiode. Om dit te vieren was er behoefte aan een voedzame lekkernij. En dat waren oliekoeken. Gemaakt van houdbare grondstoffen, omdat al het verse voedsel immers op was, en dus lekker vullend.

Toch niet Hollandsch?
De derde optie is er één waarbij men ervan uitgaat dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland vluchtten hun recepten meenamen. In Portugal at men destijds al iets dat op oliebollen lijkt: oliekoeken met gedroogde zuidvruchten, en dat het gerecht dus zo in Nederland geïntroduceerd werd. 
Tenslotte zijn er de Belgen. In De Belgische Keuken wordt door Nest Mertens en Dirk Prins beweerd dat het woord 'oliebol' een Noord-Nederlandse verbastering is  van het Vlaamse 'smoutebol', een bol die in smout -ossenwit- gebakken werd. Volgens De Dikke van Dam is dit 'onzin, natuurlijk'. Oliebol was geen verbastering, maar gewoon een ánder product met een ándere bereidingswijze. En ook Louis Paul Boon maakt met deze Vlaamse bewering korte metten: "In ossevet worden smoutbollen, en in olie oliebollen gebakken.."

Oliekoek vs. Oliebol
De 'oliekoeken' op het schilderij van Albert Cuyp uit 1652 lijken qua vorm verdomd veel op de hedendaagse oliebol. Maar eeuwenlang noemden wij oliebollen dus nog oliekoeken. In de loop van negentiende eeuw krijgt het woord oliebol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale 'oliebol' op. Volgens mijn chronologisch woordenboek werd de benaming in 1884 geïntroduceerd, maar was deze nog steeds niet gangbaar. En dat blijkt volgens Wikipedia ook uit het Woordenboek der Nederlandsche taal van 1896. Daarin wordt 'oliekoek' nog steeds als de gebruikelijke benaming voor oliebol genoemd. Maar daarna gaat het snel; vanaf begin twintigste eeuw wordt alleen nog maar over oliebollen gesproken. 

Magere oliebollen
Wel leert het ver teruggaan naar oude recepten ons dat de oliebol vroeger een veel rijker gerecht was. Krenten, rozijnen of appel zien we nu ook nog weleens, maar vroeger werd daar nog sukade, oranjesnippers, gember, citroenschil of amandel aan toegevoegd. Dat maakt de exemplaren die wij deze week maken of kopen eigenlijk maar magere varianten. 
Ook Japke-d. Bouma van nrc.next is er niet zo'n fan van. Gisteren las ik deze leuke column van haar online:
"Hij is de C-categorie onder de mislukte gerechten. Vraag het na, en niemand weet waarom we er ook alweer zo opgewonden over doen. De pannenkoek, de Belgische wafel, de poffer en de donut kunnen het zo overnemen. Zij weten wereldwijd miljoenen ondernemers tot gespecialiseerde verkooppunten te inspireren; het hele jaar open, zonder enig probleem. Even serieus: dat zie je de oliebol niet doen."

Legendarische recepturen
Mythische do's en don'ts over het kopen én maken van oliebollen zijn er genoeg. De beste bollen komen volgens de test van het AD opnieuw uit Rotterdam. Daar kun je dus gezellig twee uur voor in de rij gaan staan. Maar de kritieken van deze súperbelangrijke maak-t-of-kraak-t-testen kunnen ook vernietigend zijn. Op de site van het Parool hebben ze het al over oneetbare baksels met ranzige nasmaak: "de aller-smerigste oliebollen hebben een betonnen korst, lijken op een pussig gezwel met krenten aan de buitenkant als zwarte mee-eters, of smaken naar sigaretten". Aha. Jammie.
Zelf bakken dan maar? In het schuurtje, zoals mijn vader vroeger deed. Of met een doek om het hoofd en de afzuiger aan. Lauwwarm water in plaats van melk; dan verbranden ze minder snel. Of het beslag niet langer dan 15 minuten laten rijzen. De truc van een ijs-portioneerder in plaats van twee lepels. En -oh mijn God- je blijkt ze ook nog eens ab-so-luut niet te mogen stapelen!

Hoe dan ook; het gebakken gistbolletje hoort er gewoon nog steeds heel erg bij. Dus eet ik op oudejaarsavond zeker weten een oliebol. En overmorgen? Dan zijn we er een heel jaar lang weer van af.

Hoe, waar en met wie u ze ook eet, ik wens u alvast een heel gelukkig en lekker 2014!

vrijdag 20 december 2013

Geen Sissi, maar SOMM: een foodfilmvakantie

"I feel it in my fingers
I feel it in my toes"

De kerstvakantie is bijna hier. Ook voor de grumpy ones onder ons is er nu echt geen ontkomen meer aan! Ik was afgelopen week bij de huisarts.. en zelfs op zo'n plek, die toch eigenlijk doordrenkt hoort te zijn van kleine kwaaltjes, ongelooflijk ongemak en verschrikkelijk verdriet, blijkt de Christmas spirit gewoon doorgedrongen, en zat ik dus -alsnog- in een vlijtig gedecoreerde wachtkamer. Geloof mij: vandaag of morgen dendert de kerstsfeer onvermijdelijk en onverbiddelijk óók de laatste zich tot op heden nog moedig staande houdende winkels, restaurants en huiskamers binnen.




Tidings of comfort and joy
Zelf ben ik -als eeuwige laatbloeier- inmiddels ook maar lekker overstag gegaan voor wat commercieel opgelegde kerstsfeer. Dus zing ik gewoon voluit met Nick en Simon mee. En met Mariah Carey. En vraag ik een plaatje aan bij Serious Request. En heb ik op de valreep toch nog stiekem wat kerstlichtjes aangeschaft, en een handje kerstkransjes in een onooglijk presenteerschaaltje op tafel gezet. Kom ik hier gewoon voor uit. De televisie doet ook aardig mee, trouwens. Romantische comedy's, cabaret, jaaroverzichten, concerten, kinderfilms... niet te doen. En van die films, die je al tien keer hebt gezien natuurlijk. Love actually is al geweest dit jaar. En was -ook dit jaar- weer geweldig. "Yes is being my answer" en het harverscheurende "just in cases". Check; afgevinkt.

Fijne vakantie-foodfilms
Maar daar mag het van mij dit jaar bij blijven, want... Schrek, Annie en Sissi; zelfs ík trek hier de grens. In plaats daarvan heb ik de kerstvakantie gekroond tot het ideale moment om de fijnste foodfilms die ik dit jaar zag, nog eens lekker terug te kijken. Een eigen jaaroverzichtje, zeg maar. Want; van eten en drinken op het beeldscherm is het bijna net zo genieten als aan tafel! El Bulli; cooking in progress,  More than Honey en Jiro dreams of sushi, bijvoorbeeld. Niet het meest actuele aanbod, maar dat hoort heel erg bij kerst. Dus -hup, de bank op.
Hier mijn tips, en zoals u van mij gewend bent, komen zowel de verfilmde wijnen als spijzen aanbod.

SOMM


So there is this diploma... Niet zozeer voor de Foodies, Foodista's, Culi's en Kookgekjes. Maar wél voor de liefhebber van de wondere wereld van wijn en een kijkje achter de schermen bij de vakidioten die zich er in bekwamen. Een heerlijk interessante documentaire waarbij vier fanatieke sommeliers gevolgd worden in hun voorbereiding naar het prestigieuze examen voor Master Sommelier. "The hardest test you've never heard of". Competente en competitieve karakters met niet alleen doorzettingsvermogen, maar ook met obsessieve trekjes, prachtige beelden van druiven, glaswerk, het productieproces en de landschappen, continue begeleid door meeslepende strijkersmuziek. Over studeren en proeven, de geur van een net geopend blik tennisballen en de offers die men brengt, op weg naar de top. "SOMM takes you on the ultimate insider's tour into a world of obsession, hope, and friendship in red, blanc and sometimes rose". Indrukwekkend portret over topsport en toewijding. Spannend tot het einde. En een ideale pairing met een glas rood op de bank.


Make Hummus, Not War

Hierover blogde ik al maart in het vooruitzicht naar het FoodFilmFestival van dit jaar. Een prachtige en amusante zoektocht naar de oorsprong van een conflict uit het Midden Oosten, waarover u nog niets in de krant las. Een hommage aan een van de oudste bereidingen ter wereld en de landen die dit erfgoed claimen. Filmmaker Trevor Graham neemt ons mee op reis langs gepassioneerde rivaliteit, eeuwenoude familierecepten, authentieke hummus-bars, oververhitte politici en eetculturen, die meer gemeenschappelijke aspecten dan grote verschillen onthullen. Grappige en intense verhalen, humoristisch aan elkaar gepraat en flitsend gemonteerd. Behalve een rij aan antwoorden op de vraag "can a region own a food?", wordt er ook nog knipogend een gooi gedaan naar vrede. "Call me crazy, call me naive, but if hummus is a food of love, could it be the food of peace?". Als dát geen kerstboodschap is...?!

Ho Ho Ho. Ik schud de kussens van de bank vast op, de afstandsbediening ligt klaar en ik doe nog een graai in mijn kneuterige kerstkransjesbakje. Kaarsjes aan: ík geef me over. Kerstvakantie: kom d'r maar in! Happy Holidays!

"It's the most wonderful time of the year"...

woensdag 20 november 2013

De alleen-etende mensch

Over medelijden, moed en troost, en over dat dat allemaal misschien wel niet nodig is...

Toen ik jong was, vond ik mensen die alleen in een restaurant zaten te eten altijd enorm zielig. Dan waren we met mijn ouders en broertje uiteten, en zat een paar tafels verder een meneer in zijn ééntje aan een tafeltje... Hartverscheurend vond ik dat, en ik stelde dan ook vaak voor om hem uit te nodigen aan onze tafel. Tijdens de avond bleef ik maar checken of meneer niet ter plekke aan zijn eenzaamheid ten onder zou gaan, maar dit gebeurde natuurlijk nooit.

Tientallen keren legden mensen mij uit dat alleen natuurlijk niet hetzelfde is als eenzaam. Het heeft eigenlijk ook wel iets moedigs, of juist iets luxueus.. Zoals in het werk van Harry Mulisch. In zijn boeken gaat de hoofdpersoon vaak (geromantiseerd) alleen uiteten, die hoofdpersonen zijn altijd vér van zielig. Ze eten goed, en smakelijk, hebben meer tijd om hun omgeving te observeren, leggen contact met obers, en genieten vaak extra van de smaken op hun bord of in hun glas. Daarnaast heb ik tijdens mijn werk trouwens ook nog nooit meegemaakt dat de alleen-etende gast tijdens het hoofdgerecht van ellende in huilen uitbarst. Eigenlijk vertrekken ze juist vaak innig tevreden, en dan beeld ik me maar in dat ze na hun vorstelijke maal naar hun éénpersoonshotelkamer gaan, om daar met een goed boek weg te zakken in een behaaglijk warm schuimbad, en zulke door-mijzelf-bijgevoegde-beelden troosten mij dan wel weer.

"Alleen is een puur fysieke toestand"
Dat klinkt natuurlijk raar; dat ík getroost zou moeten worden omdat ik een ánder zielig vind. Maar dat is eigenlijk precies waar het om draait; ik vind die mensen misschien zielig, maar dat betekent natuurlijk niet dat zij dat zelf ook zo ervaren...

Dat bevestigt ook Professor van Avermaet, sociaal psycholoog, in een artikel van Goed Gevoel: 'Hoe anderen van buitenaf toekijken op iemand die alleen zit, verschilt erg van hoe die persoon er zelf over denkt. Mensen die naar het park gaan als een sociale bezigheid beschouwen, gaan op die manier ook naar anderen kijken en dat gedrag vergelijken met hun eigen verwachtingen.'

Het is duidelijk: ík beschouw naar een restaurant gaan blijkbaar gewoon heel erg als een sociale bezigheid. Voor mij is eten verbinding maken. Met je zintuigen, je lijf, jezelf, maar vooral met anderen. Eten is ontmoeten, delen, erover praten, van elkaar proeven. Ik heb er ook altijd zo'n oerbeeld bij van dieren die bij een waterbron of voederplaats samenkomen, en met z'n allen daar eten en drinken. Samen eten hóórt eigenlijk gewoon, vind ik.

Maar dat vind dus niet iedereen.
Gaat u vaak alleen uiteten? Omdat het zo loopt, of juist omdat u dat zo prettig vindt? Of zou u graag alleen uiteten gáán, maar durfde u tot op heden niet? Grijp deze week uw kans: Pop-up restaurant Eenmaal gaat open, het eerste éénpersoonsrestaurant ter wereld. Een restaurant met enkel tafeltjes voor één persoon. Een creatie van social-designer Marina van Goor, van de gelijknamige Ontwerpstudio.
"It is the perfect place to dine in pleasant solitude; an exciting experiment for those who never go out for dinner alone and an attractive place to eat for those who already enjoy doing so".
Het concept werd al eerder getest tijdens Rollende Keukens en een succesvolle zomereditie.
Nu is er de herfsteditie, waarvan het aantrekkelijke menu al op facebook te zien is. 
Wanneer: 21 & 22 november 
Waar: Bos en Lommerweg 361, Amsterdam
Reserveren: reserveren@eenmaal.com
Info: www.eenmaal.com



Of ik zelf een reservering gemaakt heb? Nee. Niet alleen omdat het misschien nog íets te gewaagd is voor mij, maar omdat ik die avonden zélf al mensen bedien. 
Mocht daar weer eens een "ééntje" bijzitten, dan neem ik me bij deze voor om mijzelf uit te dagen en me aan leren om daar anders naar te kijken... te zien hoe meneer of mevrouw in zijn of haar eigen aangename gezelschap eet, drinkt, proeft en geniet.... mijn ideeën bij te stellen, en wie weet.. reserveer ik dan voor de wintereditie van "Eenmaal" wél een tafeltje....

woensdag 6 november 2013

Het regent en het is november... Troostvoer!

Over de herfst van het leven en dampende kommen soep.

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt. 


De eerste strofe van het gedicht "November" van JC Bloem. Het moge duidelijk zijn: meneer Bloem heeft het hier niet alleen maar een beetje over het weer. Meer over het najaar van het leven. En zoals de regen ons soms wat somber kan maken, lukt het Bloem in dit gedicht uitstekend om ons in zijn herfstdepressie mee te sleuren, naar deze koude maand waarin het verval des levens van zich laat horen. En dat gaat -inderdaad- gepaard met een portie poëtische somberheid. Doe je niks aan.. Of tóch wel?

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht


Het ís natuurlijk ook een rare maand; november.. Met z'n korte dagen en hevige herfst. Het wordt merkbaar eerder donker, elke keer weer die regen, wind, natte bladeren, brrr.. Soms denk ik dat november met al zijn droefheid eigenlijk de échte laatste maand van het jaar is, maar dat we er ooit, om de pijn van deze glansloze eindigheid wat te verzachten, nog een "feestmaand" achteraan bedacht hebben. Waarbij dan dat "daaglijks leven" nog even opgefleurd wordt met stoomboten en rendieren en waarbij die "troosteloze straten" volgegooid worden met gekleurde lichtjes. Prima idee, als je het mij vraagt, want ik hou wel van een feestje.. Maar eerst dus november...

November, waarin de stemmige eindejaarsblues nog even niet overstemd worden door luide sinterklaas- en kerstliedjes. Waarin die picknick in het Vondelpark zo belachelijk ver weg voelt en overal regenjassen droevig druipend in kille gangen hangen. 

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.


Die arme meneer Bloem. Hij liet zich niet inpalmen door het vooruitzicht van december. Voor hem lag het dieptepunt, hier en nu. In november.

Ik heb me daar tegen gewapend. Voor mij is er eigenlijk maar één manier om deze maand met z'n onvermijdbare sporen van ouderdom en eindigheid een beetje ongehavend door te komen. Want uiteindelijk gaat het in dit blog natuurlijk over eten. Troostvoer, in dit geval. Dames en heren, er is maar één echte remedie voor November, en dat is... soep. 
Elke keer als ik in november bij ingangen van winkels, restaurants en buren weer zo'n overvolle paraplubak zie staan, met van die lekkende paraplu's er in en zo'n zielig plasje er om heen, denk ik aan JC Bloem met z'n "altijd november, altijd regen", en dan besluit ik snel om weer soep te gaan maken.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.


Veel soep dus.
"Om te ontkomen aan den tijd"Diepe borden, mokken of kommen om je handen aan te warmen, om ze omheen te vouwen. Lekker behaaglijk. Slurpend, drinkend of lepelend. Zo'n hoopgevende pan soep op het vuur. Volgens Ischa Meijer was soep "als een goede vriend in huis". En het TownHouse Hotel in Maastricht heeft dat ook begrepen, daar bieden ze de gasten in deze tijd een kommetje soep aan bij het inchecken. Over een warm welkom gesproken. Dus ja, ik heb meteen geboekt.


De eerste week van november begon meteen met storm, en veel regen. Mijn eerste soepen van deze maand heb ik dus al op. Pindasoep met garnalen en kroepoek, en Tom Kha Kai met kokos. Het hielp. Maar voor eventuele toekomstige herfstbuien, heb ik al lang besloten wat mijn volgende opbeurende opwarmer wordt:

Aardappelcrèmesoep met truffel. 
Mmmmmmm! Recept hier, via Elle Eten te vinden. Heeft voor een soep nogal een fikse bereidingstijd, maar goed; dat is me zo'n kommetje antidepressiva, warmte en troost wel waard. Met knapperige aardappelkaantjes. Hoppetaaa, lekker romig, dikke Bourgogne erbij, en zo komen we de maand wel door. Niks leeg hart.

Ik zeg: november; eat your heart out!


zaterdag 19 oktober 2013

Stevige wijnen onder donkere wolken...

Over een krachtig mini-AOPeetje...

In de -letterlijke en figuurlijke- schaduw van de Bordeaux-streek, liggen in de Dordogne rond de stad Bergerac 13 kleine, relatief onbekende AOP's. Pécharmant is er daar één van. Hoewel er -zoals zo vaak- verschillende etymologische theorieën over het ontstaan van de naam zijn, lijkt het er op dat het woord Pécharmant een verbastering is van 'pech charmant' ofwel ‘charmante heuveltop’. De appellation bestaat sinds 1946 en beslaat zo'n 400 hectares. Ze maken hier gebruik van dezelfde blauwe druivenrassen en technieken als in de naastgelegen machtige Bordeaux, en daarom wordt deze kleine appellation ook wel eens aangeduid als de Saint-Emilion van de Bergeracstreek. Stevige rode wijnen, met bewaarpotentieel. Door de droogte in dit gebied hebben de wijnen vaak een mooi geconcentreerd karakter. 

Wij bezochten in september Château de Tiregand. En van die droogte was trouwens al dagen níets te merken. De wijngaarden van dit prachtige Château, liggen op de heuvels ten noordoosten van Bergerac. Op het moment dat wij komen aankarren, doen zij zich tegoed aan wat laatste stralen zonlicht die moedig stand proberen te houden tegen de naderende wolkenpartijen.

"It is said to have been founded in the 13th century by a natural son of England’s King Edward III named Edward Tyrgan. The Château de Tiregand, listed in the official supplement of France’s Historic Buildings, now belongs to the heirs of the Countess François de St Exupéry."
We hebben een afspraak met meneer François-Xavier de Saint Exupéry -inderdaad- een nazaat van...

Het is meteen duidelijk dat dit geen standaard rondleidinkje gaat worden, want na een warm welkom, mogen wij mee in zijn auto, voor een rit door de wijngaarden. Hij vertelt ondertussen. Over de druiven: 54% van de aanplant is hier Merlot, 23% Cabernet Sauvignon, 18% Cabernet Franc en 5% Malbec. Over de winter van 1956, waarin de vorst de de gehele oogst vernietigde. Over de hellingspercentages binnen het gebied en over hoe rond deze tijd meerdere keren per dag de rijpheid van de verschillende rassen bekeken wordt, om het juiste plukmoment te bepalen.
We stappen uit. Boven onze hoofden vormen de wolken zich zoals de wijnen hier; zwaar en donker. We wroeten in de vochtige grond. De bodem bestaat hier uit een kiezelzandlaag op een ondergrond van keitjes. De helling naar Pécharmant toe verandert geleidelijk in zand en kiezel uit de Périgord, met midden daarin de fameuze laag "tran"; een ijzerhoudende kleilaag die aanzienlijk bijdraagt aan de karakteristieke generositeit, structuur en bewaarmogelijkheden van de wijn. Ik doe wat ik bij elk bezoek aan een wijngaard doe: ik pik een steentje onder een druivenstok vandaan en neem die als terroir-souvenir mee. 

Het begint te regenen. Meneer de St Exupéry is er blij mee, het is in de weken hiervoor té lang droog geweest. Wij mogen de kelders in, én we gaan proeven. De drie glazen die gepland stonden, worden er negen, tien, elf, twaalf. Er komen nieuwe flessen, karaffen, nieuwe jaren, andere samenstellingen van de druivenrassen. We proeven en praten, onze gastheer vertelt zó vol passie dat het me ontroert. 

"Souplesse et rondeur pour le merlot, corps et bouquet pour le cabernet-franc, fruité et arôme pour le cabernet-sauvignon, et touche veloutée pour le malbec."


Bessenfruit in het 'nu'
Mijn proefnotities voor later worden overstemd door het heerlijke nu en eindigen in slordig door elkaar lopende krabbels. Iets met 35 hectare tellende wijngaarden, stokken met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar. Van dieprood tot paars, pruim, overrijpe kers en veel bessenfruit. Van houtopvoeding tussen 12 en 18 maanden en malolactische gisting op vat. Van bittere chocolade, mint, peper en koriander tot minerale tonen en stevige tannines. Overzichtelijke informatie voor een later blog is het eigenlijk al lang niet meer, maar de beleving telt nu zwaarder. 

Adieu! 
De ochtend is in de namiddag overgegaan en het afscheid gaat gepaard met een wolkbreuk. Met een aantal flessen in de achterbak, een steentje in de jaszak en zwartpurper-gekleurde lippen verlaten wij met zwiepende ruitenwissers het Château en haar wijngaarden. De buien kunnen ons -voor deze keer- even niet deren. Terwijl het onweer losbarst, zijn wij vol van dankbaarheid

Au revoir!

dinsdag 8 oktober 2013

Wat eten we vandaag?

Over personeelseten en marktshoppen.

Ik eet vijf dagen per week op mijn werk
Dat klinkt heel luxe, en dat is het natuurlijk ook wel... maar ik doe dat nu al zo lang dat ik er aan gewend ben geraakt. Lange tafels, geen afwas en je maaltje bereid door professionals. Ik mag zeker niet klagen. Maar voor diegenen die denken dat ik elke avond aan de scheermessen met vinaigrette van basilicum, granité van pomelo en garnalencocktail met granny smith-ijs zit; personeelseten houdt vooral in; vroeg eten, kort tafelen, even op je telefoon kijken hoe het met de rest van de wereld gaat en -ja: eten wat de pot schaft. Voordeel: ik hoef nooit na te denken over de vraag 'wat eten we vandaag?' Nadeel: ik kan nooit eens lekker nadenken over de vraag 'wat eten we vandaag?'.
Zo weinig zelf hoeven koken betekent ook dat ik weinig voedselvoorraden in huis aanleg. Ik doe wel wat boodschappen voor het ontbijt, -of mijn midnight-snack-, maar ik hoef er helaas zelden écht op uit om ingrediënten in te slaan voor een diner bij mij thuis. Voor dat bakje Alpro hoef je natuurlijk niet 'op pad'. Ik doe mijn boodschappen dus gewoon... bij Albert Heijn.
Nooit naar de speciaalzaak, nooit naar de traiteur en zelfs nooit naar de markt; als je geen tijd hebt om het thuis op te eten, is uitgebreid 'culishoppen' gewoon hartstikke zonde.


Maar op zondag kan ik thuis eten.
De Albert Heijns in Amsterdam zijn dan weliswaar massaal open, maar de markt? Die is altijd door de week. Behalve die ene... juist; The Sunday Market. Een markt die elke eerste zondag van de maand op het Westergasterrein in Amsterdam plaats vindt. Niet te groots opgezet, en met alleen maar stands die handgemaakte producten verkopen; zowel food als nonfood. Jong, oud, geitenwollensokken, yuppen, brak, fris, kinderwagens, studenten en hipsters. Het levert een vriendelijk, toegankelijk en creatief sfeertje op.

De zon scheen, dus de markt stond meteen 1-0 voor.
De spullenkraampjes hebben van die felgekleurde gestreeptje dakjes en bieden gevarieerde -zelfgemaakte, zelfontworpen of zelf geïmporteerde- koopwaar. Ladingen sieraden en gehaakte omslagdoeken, die voor mij eigenlijk een iets te hoog knutselgehalte hebben, maar ook hippe waterflesjes die beter voor het milieu zijn; de Aqua-licious, regenhoeden die zichzelf TopDops noemen en fijne leren tassen van Moon, die heerlijk naar de zadelkamer van de manege van vroeger ruiken.
Het meest gelukkig werd ik van de stands met tweedehands lampenkappen, serviesjes, kasteelglazen en graaibakken met -oh jeugdsentiment!- van die sleutelhangers met -ah toepasselijk!-miniatuurboodschappen. Kleine verkleurde plastic flesjes oranjebitter, verweerde chocoladereepjes, minipotjes pindakaas en versleten tubetjes tandpasta aan ijzeren ringen. Ik had graag een bod gedaan op de schaal met gehele inhoud, ware het niet dat ik dat twintig jaar geleden op een rommelmarkt al eens gedaan had, en nu echt niet meer weet waar mijn verzameling van toen gebleven is.
Herinnerd worden aan de herinnering was genoeg. 2-0 voor de Sunday Market.
Bovendien; ik was hier voor de échte voedingsmiddelen.

Cupcakes en empanadas.
Door naar het eetgedeelte, dus. Niet zomaar wat groenten en fruit. Wat een keuze! We besloten de koffie en thee te skippen en begonnen maar meteen met een glas Hongaarse Bubbels. Waarom? Omdat dat voorhanden was. En dat voor 2 euro. Grappig. De Sunday Market is ongewoon in haar aanbod, en biedt een platform voor leuke en bijzondere foodconcepten. Van cupcakes tot empanadas. Je kunt er echt de hele middag door je hapjes bij elkaar scharrelen.
We proefden en proefden. Kaasjes, worst, Pinxto's, oesters. Smikkelden en smulden. Van de Vegetarische Pita Gyros van Vleesch noch Visch. We zagen een Crepes-Mobiel, Hummus Hoek en Waffels op Wielen.We dronken Bionade op een bankje.

Namen we ook nog wat mee dan?
Ja natuurlijk. Dat was het hele idee: boodschappen voor s' avonds. Wat wij vandaag eten? Homemade Pies van Pieman.nl. Drie voor een tientje, -want altijd ronde prijzen; ook zo leuk aan shoppen op de markt. Steak Pie; met rundvlees, champignons en rode wijn. Lambs Pie; met lamsgehakt en aubergine. En een vegavariant; met Griekse fetakaas en gesmoorde spinazie. Missie volbracht.

Ik verheug me nu al op de volgende keer dat ik moet inslaan voor het eten 's avonds. Wij komen terug.

Wat: The Sunday Market
Waar: Westergasterrein, Amsterdam
Wanneer: elke eerste zondag van de maand, tussen 12 en 18 uur.

zaterdag 14 september 2013

Energie uit wijn. Maar das logisch.


Ik heb altijd al gevoeld dat er energie uit wijn voortkwam. Op vele manieren.

Wijn is geschiedenis, wijn is geografie, aardrijkskunde, economie, scheikunde, biologie. Wijn is een heleboel theorie; landkaarten, jaartallen, bodemsoorten, boeken vol... en een heleboel praktijk; proeven, proeven en nog meer proeven, glazen vol.
Wijn is marges berekenen en verhalen vertellen tegelijk. Wijn voegt waarde toe, aan momenten, eten, beleven, aan vriendschap, liefde. Wijn is lezen, schrijven, luisteren, vragen, adviseren, maar ook vallen, opstaan en opnieuw proberen.
Wijn is passie, blijdschap, chemie, letterlijk en figuurlijk.
Wijn vraagt soms veel. Maar wijn geeft terug. Genot, spanning, gevoel, smaak, geur, gastronomie... energie genoeg. 
Maar dat dat sinds vandaag ook letterlijk bewezen is, dát had ik niet verwacht... ;-)
Electriciteit uit glas wijn
"Op de IDF in San Francisco heeft Intel een proefopstelling gedemonstreerd waarbij het elektriciteit uit een glas wijn opwekte.
De proof-of-concept-opstelling van Intel verbruikt dusdanig weinig stroom dat deze kan werken op de chemische energie die aanwezig is in een glas wijn. De opstelling bevat een processor met laag energieverbruik en een versnellingsmeter.
Uit de demonstratie viel op te maken dat in het glas wijn twee elektrodes waren geplaatst. Zodra de wijn werd ingeschonken, kwamen de processor en versnellingsmeter tot leven en werd een bloem op een e-inkscherm getoond. Daarnaast werden live gegevens afkomstig van de versnellingsmeter op het scherm weergegeven.
Volgens de chipgigant bewijst het experiment dat weinig stroom niet per se weinig prestaties hoeft te betekenen. De aankomende chips zouden in de toekomst zo weinig stroom verbruiken dat ze aangedreven zouden kunnen worden door 'de hitte van onze huid, door kamerlicht of door een glas wijn', zo vertelde een Intel-onderzoeker."
Bron: Tweakers